Woningmarkt
De (koop)woningmarkt in Nederland is – net als andere markten in binnen- en buitenland - onderhevig aan fluctuerende vraag- en aanbodverhoudingen die resulteren in een (duidelijk) conjunctureel verloop. Als maat voor een goed werkende woningmarkt wordt vaak de mate van doorstroming op de woningmarkt genomen. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen verhuisbewegingen van huishoudens die al in een woning zaten (de doorstromers) en huishoudens die voor het eerst de woningmarkt betreden (de starters).
Een hardnekkig woningtekort en een grote huursector heeft lange tijd de ontwikkelingen op de woningmarkt bepaald. In de afgelopen jaren manifesteerde zich een grote vraag naar meer kwaliteit. Een vraag waar het aanbod pas met grote vertragingen op reageerde c.q. kon reageren. Ook aan de aanbodzijde vonden er verschuivingen plaats: een belangrijkere rol voor 'bouwers voor de markt' ten nadele van de positie van de woningcorporaties; met als consequenties minder continuïteit aan de aanbodzijde van de woningmarkt. Ook de invloed van de (rijks)overheid veranderde in de jaren negentig: directe interventie (subsidies, regelgeving) werd ingeruild voor een meer regisserende rol.

